Koopstarters vormen een maatschappelijk vraagstuk dat serieuze aandacht en een praktische, effectieve oplossing verdient. De Starterslening, ontwikkeld door gemeenten en SVn, biedt een welkom perspectief voor koopstarters, gemeenten en lokale woningmarkten.

Wat is de Starterslening?
De Starterslening overbrugt het verschil tussen de aankoopkosten van de woning en het bedrag dat de starter maximaal kan lenen volgens de normen van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De Starterslening is een annuïteitenlening met een looptijd van 30 jaar. De gemeente en SVn bieden haar aan als aanvulling op de eerste hypotheek van de koopstarter.

Hoe werkt de Starterslening?
De Starterslening beweegt mee met de inkomensontwikkeling van de klant. De eerste drie jaar is de lening renteloos en aflossingsvrij. Daarna kan de klant het inkomen laten hertoetsen om de actuele betaalcapaciteit vast te stellen. Eventuele nieuwe inkomensruimte wordt gebruikt om eerst rente en daarna aflossing op de lening te voldoen. Ook na het 6e, het 10e en het 15e jaar is weer een inkomenstoets mogelijk. Naar verwachting groeit in die periode het inkomen dusdanig, dat de klant na verloop van tijd de marktconforme rente en aflossing kan betalen.

Wie zet de Starterslening in?
De Starterslening wordt ingezet door gemeenten. Gemeenten openen een fonds bij SVn. Gemeenten stellen zelf de voorwaarden vast waaraan de koopstarter moet voldoen om in aanmerking te komen voor een Starterslening. SVn verstrekt en beheert de Startersleningen. Lees hier meer over het invoeren van de Startersregeling door gemeenten.

Om gemeenten te stimuleren de Startersregeling in te zetten heeft het ministerie van VROM een VROM Startersfonds bij SVn ondergebracht.
Een aantal provincies doen hetzelfde met een zogenaamd Provinciaal Startersfonds.

Vanaf 2007 kunnen ook woningcorporaties voor hun klanten de Starterslening beschikbaar stellen bij de aankoop van een huis. Zowel voor nieuwbouw als te verkopen bestaande huurwoningen. Daartoe introduceerde SVn de Corporatie Starterslening. Lees meer over de Corporatie Starterslening.

 
Rekenvoorbeeld Starterslening
Een huishouden voldoet aan de criteria van uw Verordening Startersregeling. Het gezamenlijk inkomen is € 35.000,-. Zij kopen een nieuwbouwwoning van € 160.000,- v.o.n. De bijkomende kosten zijn: 8 %. De totale verwervingskosten zijn € 172.800,-. Bij een rente van 6,1% kan dit huishouden (volgens de NHG-normen 2009) maximaal € 154.089,- lenen bij de 1e geldgever. Het verschil tussen de maximale 1e hypotheek en de totale verwervingskosten van de woning bedraagt € 18.711,-. Dit is het bedrag van de Starterslening.